Sokken breien kun je leren – basispatroon

Sokken zijn heel leuk om te maken. De techniek gaat net iets verder dan een eenvoudige das of muts, maar ook weer niet zo moeilijk dat je er veel brei-ervaring voor nodig moet hebben. De hiel vinden de meesten het lastigst, maar met een paar keer oefenen, gaat ook dat al snel beter.

In dit blog neem ik je stap voor stap mee in het breien van een sok maat 38/39. Het is een simpel patroon voor de beginnende sokkenbreier. De sok wordt namelijk helemaal in tricotsteek gebreid, maar omdat je breit met het verloopgaren van Admiral X Pro van schoppel Wolle, krijg je toch een heel speelse sok. Wil je meer weten over de basisbeginselen van sokken breien, lees dan deel 1 van het blog: Sokken breien kun je leren – basisbeginselen.

Benodigdheden

Dit patroon is geschreven voor sokken maat 38/39. Wil je een andere maat, kijk dan in deze Maattabel voor sokken (opent in PDF) voor het juiste aantal steken.

  • Garen: 1 streng Admiral X Pro (1 streng is voldoende voor alle maten)
  • Naalden: sokkennaalden 3
  • Stekenverhouding: 30 st x 42 nld = 10 x 10 cm
  • Schaar en stopnaald

Werkwijze

Zet 60 steken op, dat is 15 steken per naald. Wellicht is het fijner om de 4 naalden voor je op een tafel te leggen, zodat de naalden niet in elkaar gaan draaien. Zodra je de eerste twee toeren hebt gebreid, is het werk al steviger en zal het niet meer zo snel in de war raken.

Boord en been breien

  • Brei 6 cm boordsteek: 1r, 1av
  • Na 6 cm ga je verder in tricotsteek, dat wil zeggen alle naalden recht. 

Wanneer het boord samen met het been ongeveer 16 cm telt ga je verder met de hiel.

 

De hiel breien

In dit patroon breien we de boemeranghiel waarbij je verkorte rijen breit met de buitenste steken steeds als een dubbele steek.  

Plaats de steken van naalden 2 en 3 op een (langere) breinaald en verdeel de overige 30 steken als volgt over 3 naalden: 10 – 10 – 10.  

Tip: om gaatjes te voorkomen, leg je de eerste twee en de laatste twee steken van de overige 30 steken toch op de naalden waarmee je de hiel breit. Je neemt die niet op in het breiwerk, maar zo blijft de draadspanning bij de overgang tussen de hiel en de voet gelijkmatiger. 

Deel 1 van de boemeranghiel

Toer 1 (dit is de goede kant GK van het werk):

  • Brei alle steken recht tot het einde (dat zijn 15 steken).  
  • Keer het werk. 

Toer 2 (dit is de verkeerde kant VK):

  • Brei een dubbele steek als volgt. Leg de draad aan de voorkant van het werk.
  • Haal de eerste steek af; steek in alsof je averecht breit en laat hem zo op de rechternaald glijden.
  • Trek de draad over de naald naar achteren en trek strak. De steek wordt zo ook naar achteren getrokken en ligt nu dubbel op de naald.
  • Brei alle steken averecht.
  • Keer het werk. 

Toer 3 (GK):

  • Brei een dubbele steek als volgt. Leg de draad aan de voorkant van het werk.
  • Haal de eerste steek af; steek in alsof je averecht breit en laat hem zo op de rechternaald glijden.
  • Trek de draad over de naald naar achteren en trek strak. De steek wordt zo ook naar achteren getrokken en ligt nu dubbel op de naald.
  • Brei tot aan de eerste dubbele steek alles recht. 
  • De dubbele steek brei je dus niet, maar je keert het werk.

Toer 4 (VK):

  • Brei een dubbele steek als volgt. Leg de draad aan de voorkant van het werk.
  • Haal de eerste steek af; steek in alsof je averecht breit en laat hem zo op de rechternaald glijden.
  • Trek de draad over de naald naar achteren en trek strak. De steek wordt zo ook naar achteren getrokken en ligt nu dubbel op de naald.
  • Brei tot aan de eerstvolgende dubbele steek alle steken averecht.
  • Keer het werk. 

Herhaal deze toeren tot je aan elke kant 10 dubbele steken op de breinaalden hebt liggen. Dus 20 in totaal. De middelste 10 zijn enkele steken. 

Vervolgens brei je twee toeren recht over álle 60 steken. Daarbij brei je de dubbele steken als 1 steek. Je steekt de naald door beide draden van de dubbele steek en breit die als één.

Deze twee toeren eindigen in het midden van de middelste naald waarmee je de hiel breit.

Deel 2 van de boemeranghiel

Toer 1 (dit is de goede kant GK van het werk):

  • Brei 6r (dat zijn de 5 steken tot het einde van de middelste naald + de eerste steek van de linker naald). 
  • Keer het werk. 

Toer 2 (dit is de verkeerde kant VK):

  • Brei een dubbele steek als volgt. Leg de draad aan de voorkant van het werk.
  • Haal de eerste steek af; steek in alsof je averecht breit en laat hem zo op de rechternaald glijden.
  • Trek de draad over de naald naar achteren en trek strak. De steek wordt zo ook naar achteren getrokken en ligt nu dubbel op de naald.
  • Brei alle steken van de middelste én de eerste steek van de rechternaald averecht. 
  • Keer het werk. 

Toer 3 (GK)

  • Brei een dubbele steek als volgt. Leg de draad aan de voorkant van het werk.
  • Haal de eerste steek af; steek in alsof je averecht breit en laat hem zo op de rechternaald glijden.
  • Trek de draad over de naald naar achteren en trek strak. De steek wordt zo ook naar achteren getrokken en ligt nu dubbel op de naald.
  • Brei alle steken recht, inclusief de dubbele steek op de volgende naald (deze dubbele steek brei je als één steek) + de eerste steek van de linkernaald na de dubbele steek.
  • Keer het werk. 

Toer 4 (VK):

  • Brei een dubbele steek als volgt. Leg de draad aan de voorkant van het werk.
  • Haal de eerste steek af; steek in alsof je averecht breit en laat hem zo op de rechternaald glijden.
  • Trek de draad over de naald naar achteren en trek strak. De steek wordt zo ook naar achteren getrokken en ligt nu dubbel op de naald.
  • Brei alle steken averecht, inclusief de dubbele steek op de volgende naald (deze dubbele steek brei je als één steek) + de eerste steek na de dubbele steek.
  • Keer het werk. 

Herhaal deze toeren tot de twee buitenste steken als dubbele steek op de breinaalden hebt liggen (dat zijn 20 toeren in totaal).  

Verdeel alle steken weer over 4 naalden om verder re kunnen met de voet. Let op: er liggen nog twee dubbele steken op de naalden, die brei je gewoon mee in de tricotsteek als één steek.

Voet

Voor maat 38/39 is de voet 20 cm lang, inclusief de hiel. Je kunt natuurlijk ook gewoon je voet opmeten tot aan de aanzet van de kleine teen om de juiste lengte te krijgen. Noteer in ieder geval hoeveel toeren je vanaf de hiel hebt gebreid, zodat de andere sok net zo groot wordt. 

De voet brei je geheel in tricotsteek.

Bandteen

Als de voet de gewenste lengte heeft, brei je de teen. In dit patroon wordt een bandteen gebreid. Doordat je aan de buitenkant steeds twee steken mindert, krijgt de sok een naad, die lijkt op een band, over de tenen. Je breit de bandteen als volgt:

Toer 1: – Naald 1 

  • Alles recht tot er 3 steken op de naald staan.
  • Dan 2 steken recht samenbreien; dit doe je door in beide steken tegelijk in te steken en brei die twee steken als één. Je hebt nu een steek geminderd.
  • 1r.

Naald 2

  • 1 recht
  • 1 steek afhalen, door in te steken alsof je recht gaat breien, maar je laat hem direct op de rechternaald glijden. Dan 1 steek recht breien en de afgehaalde steek over die gebreide steek heen halen. Je hebt nu een steek geminderd.
  • Alle steken recht.

Naald 3 brei je zoals naald 1 en naald 4 brei je zoals naald 2. In deze toer zijn dan in totaal 4 steken geminderd. 

Toer 2 en 3: alles recht 

Herhaal toer 1 in ronde 4, 7, 10, 12, 14 en 16.

Vanaf toer 17 minder je in elke toer, net zolang er 2 steken op elke naald staan, 8 steken in totaal. 

Afhechten

  • Verdeel de 8 steken over 2 naalden, zodat de 4 steken over de breedte van de tenen boven elkaar liggen.
  • Knip de draad af, haal die door de steek heen en rijg die aan een stopnaald. 
  • Steek de stopnaald in de steek boven de steek waar het draad door zit. Steek in alsof je recht breit.
  • Laat deze steek vallen en steek de stopnaald in de eerstvolgende steek daarachter in alsof je die averecht breit. Laat op de naald staan.
  • Steek vervolgens averecht in in de steek daaronder en laat die van de naald glijden.
  • Steek recht in in de eerstvolgende steek daarna en laat die op de naald staan.
  • Steek recht in in de bovenliggende steek en laat die van de naald glijden.
  • Steek averecht in in de eerstvolgende steek daarna.
  • Steek averecht in in de steek daaronder en laat die van de naald glijden.
  • Etc..

Herhaal dit tot alle steken van de naalden zijn.

Je sok is klaar! Op naar sok nummer twee die je op precies dezelfde manier breit.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *